De vraag waar je je kan laten vaccineren, is natuurlijk heel belangrijk. Deze vraag lijkt absurd, maar is het volstrekt niet wanneer zeldzamere ziekten ter sprake komen, zoals bijvoorbeeld gele koorts.
Het spreekt vanzelf dat de drie belangrijkste informatiebronnen de huisarts, de kinderarts en de apotheker zijn. Alle drie kunnen je perfect uitleggen waar en hoe je een vaccin kunt krijgen, en ze kunnen nadien je kinderen ook vaccineren. Ze zullen je ook een persoonlijke vaccinatiekaart meegeven, als je er nog geen hebt. Deze kaart is heel belangrijk, want zo weet je precies waar je kind zich bevindt in zijn vaccinatieschema. Het is dus verkeerd te denken dat ze tot niets dient omdat de arts deze gegevens in zijn bestanden bewaart. Want als je enkele jaren later deze informatie nog eens nodig hebt, zal het niet gemakkelijk zijn om alle vaccinatiedata terug te vinden. Hou deze informatie dus goed bij.
Ook de schoolgeneeskunde is een belangrijke bron van informatie over inentingen. Sommige centra stellen trouwens voor om jouw kind te vaccineren tijdens het medisch onderzoek. Via hen krijg je ook de veelbesproken vignetten waarmee je bepaalde vaccins gratis kan krijgen. Je overhandigt ze aan je behandelende arts, die de vaccins dan kosteloos kan toedienen.
De vaccins kunnen ook worden toegediend op de zuigelingenconsultaties van Kind en Gezin.
Sommige vaccins echter worden niet in de apotheek verkocht en kunnen niet door alle artsen worden toegediend. Het vaccin tegen hondsdolheid bijvoorbeeld, kan enkel verkregen worden via de
Directie Besmettelijke en Overdraagbare Ziekten WIV/IPV – vroeger Pasteur Instituut van Brussel. Het tuberculosevaccin kan enkel bij de
FARES (Fondation contre les Affections Respiratoires et pour l'Education à la Santé) gehaald worden.
Enthousiaste reizigers weten waarschijnlijk dat het vaccin tegen gele koorts enkel in de daartoe erkende centra kan gehaald worden. Dit vaccin kan pas vanaf de leeftijd van 9 maanden worden toegediend.
Klik hier om de lijst van erkende centra te zien.