De test van Papanicolaou, ook ‘vaginaal uitstrijkje’ genoemd, is de meest doeltreffende manier om afwijkingen in de baarmoederhalscellen op te sporen. Het bestaan van afwijkingen kan een vroegtijdig teken van baarmoederhalskanker zijn. Vaginale uitstrijkjes voorkomen niet de virusinfectie, maar dragen bij tot het aantonen van vroegtijdige ziektetekens.
Aan de hand van een vaginaal uitstrijkje kunnen de cellen van de baarmoederhals (het versmalde onderste gedeelte van de baarmoeder) worden onderzocht op de eventuele aanwezigheid van abnormale cellen, precancereuze veranderingen van de cellen of kanker [14a]. Om dit onderzoek uit te voeren gebruikt de arts, de gynaecoloog of de verpleegkundige een spatel of een klein speciaal daartoe bestemd borsteltje waarmee enkele cellen aan het oppervlak van de baarmoederhals voorzichtig worden afgenomen. Deze cellen worden daarna met de microscoop onderzocht om eventuele vroegtijdige afwijkingen op te sporen.
Het hele onderzoek neemt minder dan vijf minuten in beslag en is relatief pijnloos, hoewel je er enig ongemak van kan ondervinden en er naderhand een lichte bloeding kan optreden. Indien er afwijkingen worden vastgesteld, zal je behandelende arts je op de hoogte stellen en je uitleggen waaruit een eventuele behandeling zal bestaan.