Het komt geregeld voor dat het resultaat van een vaginaal uitstrijkje abnormaal is, maar dit betekent niet automatisch dat er sprake is van baarmoederhalskanker.
Indien de celveranderingen van lichte aard zijn, zal de arts allicht aanraden om een nieuw vaginaal uitstrijkje te doen. Als er afwijkingen zijn, kan de arts een behandeling aanbevelen en daarna een nieuw vaginaal uitstrijkje nemen. Celveranderingen van lichte aard verdwijnen immers vaak spontaan. Indien er na enkele maanden nog steeds abnormale cellen zijn, zal de arts bijkomende onderzoeken uitvoeren.
Colposcopie
Indien het resultaat van het vaginaal uitstrijkje abnormaal is en de arts deze afwijkingen diepgaander wenst te onderzoeken, zal hij/zij allicht een colposcopie uitvoeren. Aan de hand van dit onderzoek kunnen weefselveranderingen van de baarmoederhals rechtstreeks en zeer nauwkeurig worden onderzocht met behulp van een colposcoop.
Net zoals bij een vaginaal uitstrijkje, ligt de patiënte op de onderzoekstafel en brengt de arts een instrument - speculum genaamd - in de vagina om de baarmoederhals te onderzoeken. De arts gebruikt daartoe ook een optische microscoop, met name een colposcoop, om het baarmoederhalsweefsel te verlichten en te vergroten zodat de weefselafwijkingen beter zichtbaar worden. Dit onderzoek kan als ietwat onaangenaam worden ervaren, maar het duurt doorgaans maar vijf tot tien minuten.
Biopsie
Tijdens de colposcopie kan de arts beslissen om een klein weefselstaal van de baarmoederhals te nemen voor ander onderzoek. Deze afname van een weefselstaal wordt een biopsie genoemd. Voor deze ingreep wordt de baarmoederhals doorgaans verdoofd met een plaatselijk anestheticum voordat het staal voor onderzoek wordt afgenomen. Dit kan krampen of lichte pijn en een lichte bloeding na de ingreep veroorzaken, maar deze symptomen zijn absoluut normaal.
Indien de arts abnormale letsels ontdekt die een behandeling vereisen, zijn er meerdere behandelingsmethoden beschikbaar. De meeste van deze behandelingen worden in de spreekkamer van de gynaecoloog of in de polikliniek uitgevoerd. Er wordt zo nodig een plaatselijk anestheticum gebruikt om de behandeling zonder pijn te laten verlopen.
In geval van precancereuze letsels zal allicht één van de volgende methoden worden toegepast:
-
Cryotherapie: Bij deze ingreep wordt een klein metalen plaatje afgekoeld tot vriestemperatuur en dan op het abnormale gebied van de baarmoederhals geplaatst om de abnormale cellen te vernietigen.
-
LEEP (Loop Electrosurgical Excision Procedure): Dit is de meest eenvoudige behandeling die momenteel het vaakst wordt toegepast en waarbij een kleine metalen lus wordt gebruikt om de abnormale cellen te verwijderen.
-
Conisatie (ook ‘kegelbiopsie’ genoemd): Er wordt een kegelvormig weefselstukje uit de baarmoederhals gesneden om de abnormale cellen te verwijderen. Dit kan gebeuren met behulp van een metalen lus (zie LEEP hierboven), een lasersysteem of een chirurgisch scalpel.
-
Laserbehandeling: Er wordt een laser gebruikt om de abnormale cellen uit te branden. De arts zal de behandelingsmogelijkheden uitleggen en in overleg met de patiënte de voor haar beste behandeling bepalen.
Cryotherapie: Deze figuur toont de bus met koelgas die bij cryotherapie wordt gebruikt.
Beoordeling van de uitzaaiing van baarmoederhalskanker
Indien uit de biopsie blijkt dat er sprake is van baarmoederhalskanker, kan de arts bijkomende onderzoeken aanvragen, zoals een radiografie, een cystoscopie (een onderzoek waarbij de blaas vanbinnen wordt onderzocht met behulp van een buisvormig optisch instrument) of een proctoscopie of colonoscopie (een onderzoek waarbij de endeldarm of de karteldarm vanbinnen wordt onderzocht met behulp van een buisvormig optisch instrument). Deze onderzoeken helpen om te bepalen of de kanker reeds is uitgezaaid en om welk stadium het gaat.
Behandelingsmogelijkheden voor baarmoederhalskanker
Indien de kanker nog niet is uitgezaaid naar andere organen en zich nog in een vroegtijdig stadium bevindt, is het soms mogelijk om al het kankerweefsel volledig uit de baarmoederhals te verwijderen door middel van conisatie.
Indien het om gevorderde kanker gaat die uitgezaaid is, zal de arts eventueel een of meerdere behandelingen aanbevelen, waaronder:
-
Heelkundige ingreep: Deze kan bestaan uit het verwijderen van de baarmoeder (hysterectomie genoemd) en, in bepaalde gevallen, ook de eierstokken en/of de inwendige lymfeklieren.
-
Radiotherapie: Indien de kanker uitgezaaid is naar ander weefsel (wat een invasieve kanker wordt genoemd) of teruggekeerd is na een eerste behandeling (wat kankerrecidief wordt genoemd), kan radiotherapie worden voorgeschreven. Bij deze behandeling worden energierijke röntgenstralen op de door kanker aangetaste gebieden gericht.
-
Chemotherapie: Een andere manier om een invasieve of recidiverende kanker te behandelen: chemotherapie omvat de toediening van geneesmiddelen om de kankercellen te vernietigen.
Ongeacht de door de arts aanbevolen behandeling, is het van het allergrootste belang om de behandelingsmogelijkheden en de ermee gepaard gaande risico’s goed te begrijpen.
Tal van vrouwen wereldwijd hebben te kampen met baarmoederhalskanker, maar wanneer de ziekte vroegtijdig wordt gediagnosticeerd, is de overlevingskans zeer goed. Zelfs in het geval van invasieve baarmoederhalskanker is de overlevingskans na vijf jaar hoog. Bij de meeste vrouwen volstaan een regelmatige afspraak bij de arts voor een vaginaal uitstrijkje en een eventuele daaropvolgende behandeling in geval van afwijkingen om een goede bescherming tegen baarmoederhalskanker te verzekeren.